GASTRIC BYPASS


Algemene principes:

Roux-en-Y gastric bypass geldt tot nog toe nog steeds als de ‘gouden standaard’ voor het verkrijgen van gewichtscontrole over lange termijn bij morbide obesitas (ziekelijk overgewicht). Dat wil zeggen dat het beschouwd wordt als een effectieve ingreep om gewicht te verliezen zonder te hoge risico’s.
Dit op voorwaarde dat na de operatie de patiënt zich houdt aan een regelmatige medische opvolging en aan de verschafte voedingsrichtlijnen.
Het is weliswaar een ingrijpende operatie met een reëel risico op verwikkelingen.
Van groot belang is discipline en de wilskracht van de patiënt. Een gastric bypass kan NIET aanzien worden als een gemakkelijkheidoplossing. Na deze operatie is een aanpassing van de voedingsgewoontes noodzakelijk, zoniet zal er geen vermagering optreden

Werkingsmechanisme:

De maag wordt dicht onder de overgang slokdarm-maag volledig doorgehaald. Een kleine bovenste maag wordt aldus gemaakt die volledig los staat van de rest van de maag.
Een opgetrokken dundarmlis wordt met de nieuwe bovenste maag verbonden.
Op die manier wordt het onderste gedeelte van de maag kortgesloten en komt het opgegeten voedsel rechtstreeks vanuit de kleine maag in de dundarm.
De opgetrokken dundarmlis wordt pas na 75 tot 150cm verbonden met de dundarmlis die de sappen, welke instaan voor de vertering, aanbrengen.
Aldus gebeurt er in eerste 75 tot 150cm enkel transport maar geen opname van het opgegeten voedsel.
Voorbij die afstand heeft men vermenging van voedsel met verteringssappen en krijgt men opname van voedingsstoffen.
Gewichtsverlies wordt bekomen door samenwerking van drie factoren.
Ten eerste kan de patiënt slechts beperkte hoeveelheden voedsel innemen gezien de kleine maag reeds bij inname van kleine hoeveelheden volledig gevuld wordt.
Ten tweede wordt het voedsel dat wordt opgegeten, minder opgenomen en verteerd. Dit resulteert in een lagere opname van calorieën.
Ten derde vindt een verandering van voedingsgewoontes plaats. De patiënt zal ondervinden dat hij/zij voedsel rijk aan suiker en vet moeilijker zal kunnen verdragen. Bij inname van dit type voedsel kan de patiënt krampachtige buikpijn ondervinden gepaard gaande met diarree, zweten en hartkloppingen (dumping). Bijgevolg zal men in de toekomst vermijden dit zeer vet of gesuikerd voedsel te eten.
Indien nodig is deze ingreep volledig omkeerbaar.

Patiënten die voor deze ingreep in aanmerking komen:

Patiënten die voor deze ingreep niet in aanmerking komen:

1) BMI onder 35 komt in principe niet in aanmerking voor een chirurgische ingreep
2) psychiatrische aandoening (relatieve contra-indicatie)
3) zware hart-, vaat- of longaandoening waardoor het anasthetisch risico te hoog ligt
4) zwangerschap

Verloop voor de operatie:

De patiënt wordt uitgebreid voorgelicht door de chirurg wat de ingreep inhoudt en wat de mogelijke risico’s zijn.
Dieet adviezen worden de patiënt reeds op de polikliniek verschaft door een diëtiste.
Aan aantal vooronderzoekingen worden verricht volgens de leeftijd en eventuele bijkomende ziekten van de patient. Deze bestaan normaliter uit een bloedafname, een roentgenfoto van de longen en een elektrocardiogram. Eventueel is een uitgebreider hart- en/of longonderzoek noodzakelijk in bepaalde gevallen.
Psychologische/psychiatrische screening maakt ook deel uit van de vooronderzoekingen.
Gezien het onderste stuk van de maag wordt afgesloten wordt preoperatief een gastroscopie verricht om abnormaliteiten in de maag na te gaan en om de aanwezigheid van Helicobacter Pylori na te gaan (bacterie dat een hogere kans zou geven op maagzweren en die antibiotisch kan uitgeroeid worden).
Patiënt wordt daags voor ingreep opgenomen. Dan gebeurt een volledige darmvoorbereiding. De patient wordt gezien door de chirurg en de anesthesist.

Ingreep:

De ingreep gebeurt via een grote buiksnede op de middellijn tussen het uiteinde van het borstbeen en de navel of via een kijkoperatie met 5 tot 7 kleine insneden ter hoogte van de bovenbuik.
De ingreep duurt gemiddeld 4-5 uur.
Het bovenste gedeelte van de maag wordt vrijgemaakt.
De maag wordt op die plaats machinaal dubbel geniet en tussen de nietjes in in 2 stukken doorgesneden. Zo wordt ze ingedeeld in een kleine bovenste maag en een grote onderste maag.
De kleine bovenste maag wordt afgemeten op een inhoud van ongeveer 15 ml (de inhoud van een eetlepel).
De onderste grote maag is aan de bovenzijde op zichzelf gesloten en vanaf nu komt daar geen eten meer door.
De dundarm wordt machinaal doorgehaald op ongeveer 30cm van zijn oorsprong ter hoogte van het ligament van Treitz.
De afvoerende lis (= Roux lis) wordt achter de dikdarm en achter de maag (open ingreep) of voor de maag (kijkoperatie) door opgetrokken.
Een verbinding wordt met de hand genaaid tussen de maagpouch en de opgetrokken Roux lis.
De Rouxlis wordt afgemeten op een lengte tussen 75 en 150cm.
Vervolgens wordt op dat niveau een verbinding gemaakt tussen de aanvoerende dundarmlis (welke de verteringselementen bevat) en de Rouxlis (welke het ingenomen voedsel vanuit de maag bevat).
Pas op dat niveau dus vermengt het ingenomen voedsel zich met de verteringssappen afkomstig van de maag, lever en alvleesklier.
De inwendige openingen worden gesloten.
Een drainagebuisje wordt nagelaten.
De buik wordt in verschillende lagen gesloten.

Verloop na de ingreep:

Na afloop van de operatie verblijft u op de intensive care, waar u wordt bewaakt tot uw toestand stabiel blijkt. Bij ontwaken heeft u een infuus en een maagslang.
De dag na de operatie gaat u normaliter terug naar de kamer.
Na operatie blijft de patiënt gemiddeld nog 5 tot 7 dagen gehospitaliseerd.
Rond de 2e dag na de operatie wordt een controle foto genomen van de verbinding tussen de maag en de dundarm om een eventueel lek van deze naad op te sporen. Indien dit wordt vastgesteld dient de patient normaal gezien onmiddellijk opnieuw geopereerd te worden om dit lek te dichten. Als de controle foto geen lek aantoont kan de maagsonde verwijderd worden.
De patiënt wordt 3 tot 4 dagen nuchter gehouden. Nadien wordt de voeding opgestart in opklimmend schema.
Dagelijks wordt een hoge dosis laag moleculaire heparine onderhuids toegediend ter voorkomen van trombose in de benen.

Ontslag:

Na ingreep heeft men een lagere opname van calorieën maar ook van essentiële vitaminen en mineralen. Tekorten aan deze vitaminen en mineralen (vnl vitamine B12, foliumzuur, calcium, ijzer, vet en oplosbare vitaminen A, D en E) kunnen aldus voorkomen. Om dit te vermijden dient levenslang dagelijks een multivitaminepreparaat welke tevens mineralen bevat, ingenomen te worden. Dit preparaat wordt bij ontslag voorgeschreven.
Eiwit ondervoeding wordt doorgaands niet gezien na gastric bypass.
Gedurende 7 dagen na ontslag wordt nog verder dagelijks onderhuids het laag moleculair heparine toegediend.
De hechtingen zijn normaliter zelf verteerbaar en worden onderhuids geplaatst. Bijgevolg dienen zij niet verwijderd te worden.
Ongeveer 1 maand na de operatie wordt een afspraak geregeld op de dienst van chirurgie en op de dienst van stofwisselingsziekten om uw voedingstoestand na te kijken.
Nadien volgen regelmatige consulten om de 3 maand op beide diensten.
Regelmatige opvolging bij de diëtiste dient zeker te gebeuren voor het verschaffen van voedingsadviezen. Het is uitermate belangrijk dat de patiënt(e) zijn/haar voedingsgewoontes aan de operatie aanpast. Het welslagen van de operatie zal gedeeltelijk hieraan te danken zijn. De diëtiste kan steeds geconsulteerd worden op het moment van een controleconsultatie.

Postoperatieve voedingsadviezen:

De patiënt dient een aanpassing door te voeren van zijn eetgewoonten, dit voor het welslagen van de operatie.
Zie ingesloten brochure met specifieke voedingsadviezen van de diëtiste.
De belangrijkste zaken zijn het verdelen van de maaltijden in 3 hoofdmaaltijden en 3 tussendoortjes alsook het nalaten van drinken tijdens en tot _ uur na een maaltijd. De patiënt dient zeer traag te eten en zeer goed te kauwen.
Het niet opvolgen van deze adviezen leidt onvermijdelijk tot uitblijven van gewichtsverlies tot zelfs toename van gewicht na een oorspronkelijke gewichtsdaling.
De patiënt moet op termijn mee-eten met de rest van de familie, maar in veel kleinere hoeveelheden.

Te verwachten gewichtsverlies:

Een gemiddeld gewichtverlies van 60-70% van het overtollige gewicht kan verwacht worden.
Tijdens de eerste 3 tot 6 maand is het gewichtsverlies het grootst.
Nadien gaat het vermageren trager maar houdt gemiddeld 12 tot 18 maanden aan.
Nadien stabiliseert het gewicht.
Het gewichtsverlies blijkt doorgaands behouden gedurende 10 jaar en meer.

Verwikkelingen:

Het sterftecijfer ten gevolge van deze ingreep ligt op ongeveer 1/350.
Dit sterftecijfer is vergelijkbaar met het sterftecijfer dat beschreven wordt voor zware chirurgische ingrepen bij een groep van zwaarlijvige mensen met bijkomende gezondheidsproblemen.

Vroegtijdige verwikkelingen (binnen de eerste 2 maanden na de operatie):

-lichte wondbesmetting

3%

-belangrijke wondbesmetting

2%

-lek op één van de verbindingen

<2%

-inwendige breuk dundarm

2%

-bloedtransfusie

2%

-longontsteking

1%

-hartritmestoornissen

<1%

-klontervorming aderen benen

<1%

-bloedklonter long

<1%

-openvallen van de wonde

zeldzaam

-verdovingsprobleem

zeldzaam

-hartaanval

zeldzaam

-nierfalen

zeldzaam

-stoornissen in zouthuishouding

zeldzaam

-beroerte

zeldzaam

Laattijdige verwikkelingen (na de eerste 2 maanden na de operatie):

-galstenen

5-50%

-littekenbreuk

5%

-vernauwing ter hoogte van een verbinding

1%

-zweer ter hoogte van de verbinding maag-dundarm

<1%

-stop op dundarmniveau (obstructie)

<1%

-bloedarmoede, ijzertekort

zeldzaam

-vitamine B12 tekort

zeldzaam

-tekort vet oplosbare vitaminen

zeldzaam

-stoornissen in de zouthuishouding

zeldzaam

-voorbijgaande kaalheid

zeldzaam

(Opm: deze lijst bevat niet alle mogelijke verwikkelingen)
Bij ongeveer 10% van de patiënten dient een nieuwe ingreep te gebeuren omwille van verwikkelingen

Zwangerschap:

Hoewel zwangerschap uiteraard mogelijk is na uitvoeren van een gastric bypass, plant u dit best wanneer uw gewicht min of meer gestabiliseerd is en niet in een periode van sterke vermagering.
Het is aan te raden u ingeval van zwangerschap te laten begeleiden door een diëtist(e).
Vermeldt zeker aan uw gynaecoloog dat u een gastric bypass hebt ondergaan!Resultaten:
Een gewichtsverlies van 50% of meer van het overtollige gewicht wordt als succesvol beschouwd.
Ongeveer 15% van de geopereerde patiënten zullen 5 jaar na de operatie dit resultaat niet bereiken.
In die gevallen wordt minder dan 50% van het overgewicht verloren of heeft men te maken met het herwinnen van gewicht na een oorspronkelijk goed resultaat.
Indien de patiënt zich houdt aan de voorgeschreven dieetrichtlijnen en voedingsregels, wordt bijna altijd een belangrijke gewichtsdaling bekomen.

GESCHREVEN TOESTEMMING GASTRIC BYPASS

download als printbaar pdf document

 


VOEDINGSADVIEZEN NA GASTRIC BYPASS

Het aanpassen van uw eet- en drinkgewoonten na de gastric bypass is zeer belangrijk voor het succes van uw operatie en voor het behoud van uw gewichtsverlies op langere termijn.
Door u niet aan te passen kan u zelf verantwoordelijk zijn voor het uitblijven van gewichtsverlies en/of het weer toenemen in gewicht na een aanvankelijke gewichtsdaling.

1. Beperking volume:
Onmiddellijk na de ingreep bedraagt de maaginhoud ongeveer 1 tot 2 eetlepels. Na ongeveer 6 maanden is dit toegenomen tot 1 koffiekopje. Op langere termijn kan dit 1 koffiekopje gaan bedragen en blijft daarna stabiel.
Dit betekent dat de hoeveelheid voedsel dat u per maaltijd kan gebruiken beperkt is.
Een belangrijke aanpassing in uw eet- en drinkgedrag na de gastric bypass is dan ook het stoppen met eten zodra men een “vol- en/of verzadigingsgevoel” ervaart.
Stop met eten zodra dat vol- en/of verzadigingsgevoel er is, of zelfs ervoor, indien mogelijk. Door langzaam te eten herkent men dit gevoel beter en eet men niet teveel.
Eet men toch te snel en/of teveel, dan geeft dit aanleiding tot misselijkheid, braken, pijn ter hoogte van het borstbeen en/of tussen de schouderbladen en uiteindelijk tot het opnieuw oprekken van de kleine maag, met het weer meer kunnen eten dan gewenst is.
Laat u dus niet verleiden om het kleine beetje eten dat nog op uw bord ligt, toch op te eten.

2. Traag eten en goed kauwen:
Goed kauwen is belangrijk omdat grote brokken voedsel, klem kunnen geraken ter hoogte van de verbinding tussen de maag en de opgetrokken dunne darm.
Ga aan tafel zitten om te eten, met een rechte houding en neem er de tijd voor. U dient ongeveer 20- 30 minuten over een maaltijd te doen. Gebruik deze tijd uitsluitend om te eten, (geen T. V. kijken of krant lezen) en vermijd stress aan tafel (geen ruziemakende kinderen).
U neemt kleine hapjes, die zeer goed gekauwd moeten worden. Vermijd ook daarom het drinken tijdens de maaltijden.

3. Keuze voedingsmiddelen:
Let op met suiker en suikerbevattende voedingsmiddelen!!!!
Suiker en suikerbevattende voedingsmiddelen worden zeer snel opgenomen in de dunne darm, waardoor ze veel vocht aantrekken en aanleiding kunnen geven tot de zogenaamde “dumpingklachten”.
Deze klachten uitten zich in de vorm van misselijkheid, krampen diarree, futloosheid, zweten, versneld hartritme en duizeligheid, en kunnen niet verholpen worden. Ze moeten vanzelf overgaan.
U kunt deze klachten voorkomen door geen suiker toe te voegen en energievrije zoetstof te gebruiken, en door het vermijden van de suikerbevattende voedingsmiddelen zoals snoep, gebak, chocoladeproducten, ijs, gewone frisdrank, puur en ongezoet vruchtensap, gesuikerde melk- en yoghurtdranken enz.Let op met vet en vette voedingsmiddelen!!!!
Vetten worden minder goed verteerd en minder goed opgenomen in de dunne darm. Hierdoor zal de ontlasting na een vetrijke maaltijd of vette hap, meer vet bevatten dan normaal. De ontlasting krijgt een vettig aspect en zal minder vast van consistentie zijn.
Verminder daarom zowel het zichtbare als het onzichtbare vet in uw voeding.
Beperk: olie, boter, margarine, en vermijd mayonaise, vette snacks, vette sauzen zoals satésaus, vet vlees, vette vleeswaren, gebak, chocolade, volle melkproducten enz.
Overleg met uw diëtist welke producten u beter kan gebruiken.

4. Maaltijdfrequentie:
Gebruik 3 hoofdmaaltijden: ontbijt, middagmaal en avondmaal.
Deze hoofdmaaltijden bestaan uit kleine hoeveelheden en uitsluitend vast voedsel.
(aanvankelijk zacht voedsel, zoals vis, zacht vlees, aardappelpuree, gekookte groenten, brood zonder korst, zacht fruit enz.).
Daarnaast maakt u gebruik van 3 kleine gezonde tussendoortjes: in de loop van de morgen, in de loop van de middag en in de loop van de avond, bijvoorbeeld in de vorm van vers fruit, glas karnemelk of magere yoghurt, cracker enz. Deze regelmaat in uw eetpatroon is van groot belang voor het behoud van een succesvol gewichtsverlies op korte en langere termijn.5. Voldoende drinken:
Drink voldoende, minstens 1 liter, goed gespreid over de dag, in kleine slokjes maar niet tijdens de maaltijden.
Tot kort voor de maaltijden en 30 tot 60 minuten na de maaltijden, kunt u drinken.
Drinken bevordert namelijk het wegspoelen van het voedsel naar de dunnen darm, waardoor men meer kan /zal eten en er bovendien eerder dumpingklachten zullen ontstaan.
Drink niet wanneer u zich misselijk voelt. Extra vochtinname op dat moment zal uw misselijkheid alleen doen toenemen, met kans op braken. Wachten is de boodschap!
Maak gebruik van dranken zonder suiker, zoals thee en/of koffie zonder suiker, water zonder koolzuur, tomatensap, karnemelk, bouillon enz, maar vermijd gezoete dranken zoals gewone frisdrank, puur en ongezoet vruchtensap, gezoete melk- en yoghurtdranken enz.
Dranken met koolzuur kunnen een opgezet gevoel en/of darmborrelingen veroorzaken.

6. Algemene voedingrichtlijnen:
Het is wenselijk een gezonde en gevarieerde voeding te gebruiken.
De voedingsdriehoek vormt hierbij een praktische gids. Alle voedingsmiddelen die u nodig hebt om gezond te blijven, staan erin vermeld. Kies elke dag uit ieder vakje van de driehoek.De grootte van het vak geeft u een idee van de hoeveelheid die u ervan nodig hebt. De basisproducten staan onderaan in het grootste vak. Van producten uit de top (vetstoffen en suiker) hebt u maar heel weinig nodig.
Sommige patiënten kunnen bepaalde voedingsmiddelen niet meer verdragen. Andere patiënten kunnen integendeel alles eten.
Alles is zeer individueel. U dient een voedingsmiddel altijd uit te proberen door te starten met heel kleine hoeveelheden. Indien u een bepaald voedingsmiddel niet verdraagt kan u het nog eens uitproberen na een 6tal weken. Bij herhaaldelijk ervaren van ongemakken bij het eten van een bepaald voedingsmiddel dient u dat voedingsmiddel te schrappen.
Wegens de malabsorptie is het noodzakelijk dat het voorgeschreven vitaminen- en mineralensupplement stipt elke dag ingenomen wordt.